Daar zou ik het bij hebben kunnen laten – waardige afsluiting toch, met de vermelding van de monumenten ter gedachtenis aan de vermoorde joden van Assen? – maar dit verhaal is nog niet af.
Precies veertig jaar na de oorlog is er door de niet-joodse inwoners van Assen met geen woord gerept over de lotgevallen van hun joodse stadsgenoten. Veertig jaar – precies de duur van de woestijntocht – duurde dat zwijgen en het zou misschien nog lang zijn doorgegaan als niet in 1985 bij toeval een deel van het joodse archief van Assen was terug gevonden op de zolder van de synagoge. Dat bracht twee journalisten – Frits van Echten en zijn jonge collega Marcel Möring, de latere schrijver – ertoe om voor het eerst na de oorlog een aantal overlevenden te interviewen voor een serie artikelen over de kille in het ‘Nieuwsblad van het Noorden’. Later slaagden ze erin fondsen bijeen te brengen om een film te maken over de voormalige joodse gemeenschap in Assen aan de hand van uitgebreide vraaggesprekken met twintig joodse Assenaren, tien woonachtig ergens in Nederland, en tien in Israël. De film kwam in 1987 uit onder de titel ‘Een behoorlijke kille’. Daarmee was eindelijk in brede lagen van de bevolking de belangstelling gewekt voor de joodse geschiedenis van de stad. De behoefte werd gevoeld om zoveel jaren na de oorlog nu ook eindelijk een monument te plaatsen in de omgeving van de voormalige synagoge waar voor de oorlog de meeste joden woonden. Het werd ontworpen en vervaardigd door de bekende kunstenaar Sam Drukker (wiens joodse overgrootouders in Assen woonden) en werd op 3 mei 1990 onthuld. In 1993 dan eindelijk een boek over de geschiedenis van de kille, getiteld De Joodse gemeente Assen – Geschiedenis van een behoorlijke kille, 1740-1976 van F.J. Hulst en H.M. Luning.
Tenslotte schreef de al genoemde Marcel Möring in 2006 de roman ‘Dis’ waarin hij gebeurtenissen beschrijft gedurende de beruchte ‘Nacht van Assen’ en en passant de teloorgang van de joodse gemeenschap aan de orde stelt. Marcel Möring werd in 1957 te Enschede geboren als zoon van een joodse moeder en een Nederlands Hervormde vader uit een Duits-joodse familie. In 1970 verhuisde het gezin naar Assen. Marcel volgde er de middelbaren school. Hij studeerde 2 jaar MO-onderwijs, ging toen in de journalistiek en ontwikkelde zich gaandeweg tot een veelbelovend auteur. Zoals hiervoor al werd opgemerkt werd hij als jonge journalist geconfronteerd met de dramatische verhalen van de laatste overlevenden van de voormalige joodse kille te Assen. In het boek rekent hij genadeloos met de laffe, hypocriete en rovende Asser burgerij af. Niet voor niets duidt hij de stad aan als ‘Dis’, naar de mythische stad die genoemd werd naar Hades, de god van de onderwereld en gelokaliseerd moet worden in de hel. Althans dat wil Dante ons doen geloven als hij in zijn ‘Divina Commmedia’ beschrijft hoe hij met zijn tochtgenoot Vergilius de Styx oversteekt, de doodsrivier, om te arriveren in de stad ‘Dis’ Daar worden de geweldplegers en bedriegers gestraft, en tenslotte helemaal onderin, in de diepste hellekrochten de verraders. Blijkens een mededeling voor in het boek zou het geschrevene niet op ware feiten berusten (‘Niets in dit boek is waar’). Niets is echter minder waar. In het boek brengen twee joden in Assen elk afzonderlijk de TT-nacht door. De ene, een jonge bohémien-dichter, Marcus Kolpa (= natuurlijk Polak; hij is joods), die ooit het super-burgerlijke Assen ontvluchtte en nu met grote tegenzin voor de gelegenheid terugkeert om zijn voormalige geliefde en oude vrienden weer te zien. Hij is zonder twijfel het alter ego van Marcel Möring zelf. De ander is een joodse overlevende Jakob Noach, zoon van Abraham Noach, schoenverkoper te Assen die bijna drie jaar als onderduiker letterlijk onder de grond had gezeten. Bij zijn terugkeer na de oorlog jaagt hij de NSB-er die in zijn ouderlijk huis een Dietsche Boekhandel had gevestigd, met zijn pistool de deur uit. Vervolgens maakt hij carrière in de lingeriehandel, trouwt met de dochter van de boer waar hij was ondergedoken, sticht een gezin en bouwt een zakenimperium op. Dat is het verhaal van Daan Gans, die hiervoor al werd genoemd, Möring heeft dat later toegegeven. Jakob Noach is Daan Gans, zoon van de schoenenverkoper Meinhard Gans (die de oorlog overleefde) en zijn vrouw Jetty Heilbron (die in Auschwitz werd vergast), broer van Bram Gans (die op zijn onderduikplek in Kalenberg werd doodgeschoten door een landwachter) en Johan (Joop) Gans (die tijdens de onderduik overleed aan een longontsteking). Noach wordt die nacht letterlijk en figuurlijk besprongen door de demonen uit het verleden, de verschrikkingen van de oorlogsjaren ende tijd daarna. Dat verleden doet zich lijfelijk aan hem voor in de gestalte van ‘de Jood van Assen’ een Ahasverus-achtige figuur die al het leed van de Asser joden belichaamt van het eerste begin af aan tot nu toe.
Halverwege zijn vuistdikke boek (199v.) schrijft Möring:
Hij keek naar de Jood van Assen, die een eindje verderop stond en bijziend naar de booglampen boven de menigte tuurde. Wat wilde hij? Liep hij, die wandelende jood, hier rond omdat hij ook wilde lijden? En voor wie dan? Voor het handjevol dat er nog was, nadat er in 1945 nauwelijks meer dan vijftig van de pakweg zevenhonderd waren teruggekomen? Van die vijftig waren er trouwens nog maar een paar over. De helft was al snel weggetrokken naar gebieden waar het gat in hun geschiedenis minder opzichtig gaapte. Sommigen woonden in de VS, anderen in onbekende Zuid-Amerikaanse landen, een paar in Israël. Hier, in Assen, waren er niet eens genoeg overgebleven om de synagoge in stand te houden, waardoor ze die hadden moeten verkopen aan een gereformeerd kerkgenootschap. Als er geen jood van Assen was, dacht Jakob Noach, zou er een moeten worden aangesteld, een wandelende jood als herinnering aan al die in de kiem gesmoorde levens, aan degenen die de gordijnen sloten toen hun buren werden opgehaald, aan het schouderophalen waarmee alles werd geaccepteerd, alsof die hele vernietiging niet veel anders was dan een natuurramp, iets dat onder de Act of God-clausule viel in de polis van een levensverzekering. Hij schudde zijn hoofd en zuchtte. Op de een of andere manier leek er niets anders op te zitten dan door te gaan.
Maar dat doet hij niet. Het verhaal eindigt tenslotte dramatisch. In de vroege ochtend na de ‘nacht van Assen’ stapt hij uit het leven. De demonen uit het verleden hebben Jacob Noach tenslotte ingehaald. Waarom ik dit toevoeg aan de geschiedenis van de Mediene-kille Assen? Omdat het er onlosmakelijk mee verbonden is en alleen gedenken (niet vergeten) uiteindelijk tot verlossing voert, zoals de grote rabbi Baäl Shem Tov ooit vertelde aan zijn leerlingen.
En om mijn verhaal over Assen dan nog enigszins positief te beëindigen: juist de afgelopen twee jaar zijn er nogal wat initiatieven ontplooid die zeker bijdragen om de geschiedenis van de joodse gemeente Assen en de lotgevallen van haar leden voorgoed aan de vergetelheid te ontrukken. Zo heeft mijn collega dr. Jan Ridderbos de afgelopen jaren de – tot dan toe incomplete – administratie van de Joodse begraafplaats in Assen kille bestudeerd en op een website toegankelijk gemaakt. Bij toeval ontdekte hij n.l. dat één van de ontbrekende delen in Utrecht op een veiling te koop werd aangeboden. Met hulp van joodse organisaties en het Drents Archief slaagde hij erin het manuscript voor Assen veilig te stellen. Vervolgens dook een ander deel op in Israël waarvan hij een kopie mocht ontvangen, terwijl hij tenslotte nog aanvullende gegevens kreeg van Het Joods Historisch Museum te Amsterdam. Verder wist hij – zoals gezegd – eindelijk vast te stellen hoeveel Asser joden in de vernietigingskampen zijn omgekomen. Hun data zijn ondergebracht onder de kop ‘Gedeporteerden’ op de site. En tenslotte wist hij niet alleen de namen van de tot maart 1943 in kamp Westerbork overleden joden te verzamelen maar kon hij ook aan de hand van de verzamelde informatie voor het eerst de exacte locatie van hun graven op de Joodse Begraafplaats vaststellen. Alle gegevens, gecompleteerd met achtergrondinformatie en foto’s kunt u vinden op www.joodsebegraafplaatsassen.nl De release van de website vond op 2 februari 2012 plaats in Warenhuis Vanderveen te Assen dat een belangrijk deel van de onkosten droeg.
Op 20 juni 2012 werden – in het bijzijn van familieleden ‘from all over the world’ en belangstellenden de eerste achttien zogenaamde ‘struikelstenen’ geplaatst voor de huizen waar ooit joodse families woonden in Assen (15 personen in totaal) of verzetsmensen werden weggevoerd om nooit meer terug te keren (3 in totaal). Een plaatselijk comité zamelt gelden in om de komende jaren meer stenen te kunnen plaatsen in Assen.
Tenslotte werd op zondag 30 september 2012 door burgemeester Sicko Heldoorn een monument onthuld tegen de buitenmuur van het pand aan de Noordersingel waarachter ooit de Noordersingelschool gelegen was (het bevindt zich onmiddellijk naast het nieuwe Stadhuis). Op het schoolplein van de school werden op vrijdagavond 1 oktober 1942 (op het moment van de onthulling dus bijna 70 jaar geleden) 234 nog in Assen woonachtige joden samengedreven om in de daaropvolgende nacht en vroege morgen per vrachtauto naar kamp Westerbork te worden overgebracht. Een petit-comité werkte plannen voor de realisering van het monument uit, waarna de hiervoor al genoemde beeldend kunstenaar Sam Drukker het ontwerp maakte,aan de hand waarvan zijn broer – grafisch ontwerper Flip Drukker – het monument kon vervaardigen. Eigenlijk zijn het alleen maar letters die samen een zin vormen. En dan nog één. De muur schreeuwt deze woorden uit, de muur die alles zag:
In de nacht van 2 oktober 1942 werden hier op het plein van de Noordersingel-school onze joodse medeburgers bijeengedreven. Van hier werden zij weggevoerd.
In die woorden klinkt eindelijk - na zeventig jaar – compassie door. En iets van boete en berouw. Het waren onze medeburgers die werden weggevoerd en omgebracht, mensen als wij. Dat hun gedachtenis tot zegen voor de Assenaren van nu en voor komende generaties.
Ik dank u wel.
Literatuur
- Lies Ast-Boiten e.a., Zoektocht naar een joods verleden – Drie routes door Groningen en Drenthe (1997)
- Mr. G.A. Bontekoe, Drentsche Kroniek van het Bevrijdingsjaar (1947)
- Jan Bos e.a. (prod./ boekconcept), Een royaal geschenk – 200 jaar Geschiedenis van Assen (2009)
- L. Bos, De Joodse gemeenschap van Coevorden (1980; Coevorder Cahier nr. 5)
- I. Brasz, De Joden in de mediene – Suggesties voor een thematische aanpak van hun geschiedenis (in: Studia Rosenthaliana, 17 (1983), nr. 1)
- J. Cahen, Ergens in Nederland – Brief uit kamp Westerbork 1 november 1942 (1988)
- S.C. Derksen, Opkomst en ondergang van een toonaangevende joodse gemeente – 250 jaar joods leven in Meppel (1988)
- M.H. Gans, Memorboek – Platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 (1988, 6e druk)
- Geschiedenis van Assen (red. H. Gras e.a.)(2000)
- Geschiedenis van Drenthe (red. J. Heringa e.a.)(1985)
- H. Hamburger/ J.C. Regtien, Joodse oorlogsmonumenten in de provincie Drenthe (1999)
- Hebreeuws op straat – Opschriften in het openbaar, in: Alef Beet, 20e jaargang (december 2010), nr. 2
- Martin Hiemink, Assen Auschwitz Assen – Oorlogsherinneringen van Netty Lezer uit de Rolderstraat in Assen (2006)
- Dick Houwaart, Westerbork, Het begon in 1933 (2000, 2e druk)
- Geert C. Hovingh, Joods leven in Zuidlaren (2000)
- Mireille ter Horst, De Asser Joodse Gemeente van 1889 tot 1942 – Een verhaal apart (doctoraalscriptie, z.j.)
- L. Huizing, De vergeten mediene van d’ Olde Landschap – 250 jaar Jodendom in Drenthe (1966)
- F.J. Hulst, Alle Jeuden fietsen – Een eerste geschiedenis over de Joodse bevolkingsgroep in Drenthe van 1700 tot 1942 aan de hand van de begrippen opkomst, integratie, welstand en verval: voor de negentiende eeuw gespecificeerd naar de Joodse gemeenten van Sleen en Emmen (doctoraalscriptie, 1987)
- F.J. Hulst/ H.M. Luning, De Joodse gemeente Assen – Geschiedenis van een behoorlijke kille, 1740-1976 (1993)
- M. Jager, Opbouw, Gedenkschrift ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Gemeente Assen 1807-1932 (1932)
- L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (1969-1991), div. delen
- Lody B. van de Kamp, Het was maar kort – Over de Joodse Gemeenten in Nederland (1994)
- Willy Lindwer, Kamp van hoop en wanhoop – Getuigen van Westerbork, 1939-1945 (1990)
- Peter Longerich, Die Wannsee-Konferenz vom 20. Januar 1942: Planung und Beginn des Genozids an den europäischen Juden (1998)
- Tehilah van Luit, Mediene Remnants – Yiddish Sources in the Netherlands outside Amsterdam (2009)
- De Mediene – De Geschiedenis van het Joodse leven in de Nederlandse provincie (uitgave van het Joods Historisch Museum n.a.v. de tentoonstelling “De Mediene” , Amsterdam. 1984.
- Niek van der Oord, Het mankeert ons aan een goed adres – Brieven en getuigenissen uit de jaren 1936-1945 (2000)
- Niek van der Oord, Jodenkampen (2003)
- J. Presser, De Ondergang (1965, 2 delen)
- Enno R. Smidt e.a. (red.), Assen in Oorlogstijd en Bevrijding (2005)
- Sam Stern, Ziekenbroeder in kamp Westerbork (2002)
- Harm van der Veen e.a., Westerbork 1939-1945, Het verhaal van vluchtelingenkamp en Durchgangslager Westerbork (2003)
- Edward van Voolen/ Paul Meijer, Synagogen van Nederland (2006)
- Hans van der Wiel, Assen ’40-’45 – Oorlog en bevrijding (1995)
- J. Zwarts, Hoofdstukken uit de Geschiedenis der Joden in Nederland (1932)
- J. Zijlstra, Na een eeuw 1807-1907, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de gemeente Assen (1907)